lnleiding
De Crisis- en herstelwet versnelt de procedures voor grote projecten, die specifiek in bijlagen bij de wet worden vermeld. Ook voor specifiek benoemde lokale projecten geldt de Crisis- en herstelwet. De Crisis- en herstelwet bevat een groot aantal wetswijzigingen, waarmee het Kabinetprocedures inkort, wetgeving stroomlijnt, het aantal benodigde vergunningen terugdringt en meer duidelijkheid schept in bestuurlijke verantwoordelijkheden. Overigens gelden deze regels alleen voor de specifiek bij de Crisis- en herstelwet benoemde projecten. Voor die projecten gaat de Crisis- en herstelwet voorbij aan de voorschriften in de nog vast te stellen Wet algemene bepalingen omgevingsvergunning (WABO). Overigens geldt bij de Crisis- en herstelwet het materiële besluitvormingskader inclusief Europese en lnternationale regelgeving onverkort. De wet geldt in principe tot 2014.
Voor de lokale situatie zijn twee onderdelen van de crisis- en herstelwet van groot belang, te weten bouwprojecten met meer dan 12 maar minder dan 2000 woningen en ontwikkelingsgebieden.
Bouwprojecten met meer dan 12 maar met minder dan 2000 woningen.
Na de invoering van de Crisis- en herstelwet kan voor deze projecten worden volstaan met een projectuitvoeringsbesluit van de gemeenteraad. Het project kan vervolgens direct zonder verdere vergunningen uitgevoerd worden. Het projectuitvoeringsbesluit zet het bestemmingsplan opzij. Bovendien is dus geen vergunning op grond van de Wabo c.q. de Woningwet vereist. De gemeenteraad moet het project wel eerst toetsen aan de materiële voorschriften om te bepalen of vergunningverlening verantwoord is.
Ontwikkelingsgebieden
De gemeenteraad kan een gebiedsontwikkelingsplan vaststellen. Dit plan is gericht op een optimalisering van de milieugebruiksruimte met het oog op het versterken van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van dat gebied in samenhang met het tot stand brengen van een goede milieukwaliteit. Een gebiedsontwikkelingsplan kan ingrijpende gevolgen hebben voor eigenaren, gebruikers en derden belanghebbenden. Zo kan het plan leiden tot een inperking van milieuvergunningrechten en het moeten gedogen van de uitvoering van werken op eigen terrein. ln de Crisis- en herstelwet is overigens welvastgelegd dat niet kan worden afgeweken van Europese regelgeving.
Een gebiedsontwikkelingsplan staat in principe los van een bestemmingsplan, maar zal vaak wel samenlopen met of gevolgd worden door een herziening van een bestemmingsplan, een projectbesluit of andere Wro-ontheffing, omdat het plan vaak ontwikkelingen mogelijk zal maken die nog niet in het bestemmingsplan waren voorzien. Via het gebiedsontwikkelingsplan wordt de bestuurlijke manoeuvreerruimte voor de overheid vergroot. Dit plan vormt immers een planmatig afwegingskader waarin het lokale bestuur aangeeft hoe milieuruimte vrij gemaakt gaat worden voor maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. Het gaat dus om een combinatie van enerzijds maatregelen ter vermindering van de milieudruk en anderzijds om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de bouw van woningen of de aanleg van een bedrijventerrein. Tijdens de experimentperiode krijgt de gemeente ruimere wettelijke mogelijkheden dan nu het geval is om milieuruimte vrij te maken. Zo kunnen verdergaande milieueisen aan bedrijven worden gesteld (al dan niet met financiële compensatie), nieuwe vormen van compensatie worden ontwikkeld of tijdelijke afwijking van de geldende milieunormen worden toegestaan. Tegenover de verruiming van de wettelijke mogelijkheden staan echter ook plichten, zo horen bestuurders bij hun afweging rekening te houden met aspecten als een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling, een goede milieukwaliteit en uitvoerbaarheid (leefomgevingskwaliteit).
Procedurele aspecten
Zoals bij de inleiding al is aangegeven worden via de Crisis- en herstelwet ook procedurele wijzigingen doorgevoerd om zo spoedig mogelijk tot snellere besluitvorming te komen:
- Het wordt mogelijk om een klein materieel gebrek in een besluit te passeren, mits hierdoor geen belanghebbenden benadeeld worden.
- ln de wet wordt een relativiteitsvereiste geïntroduceerd. Dit betekent, dat een burger alleen beroep kan aantekenen tegen onderdelen van het besluit die rechtstreeks zijn belang raken.
- Voor projecten die onder de Crisis- en herstelwet vallen, geldt een versnelde procedure bij de rechter. Een en ander houdt in dat de rechter binnen 6 maanden na afloop van de beroepstermijn uitspraak moet doen.
- Overheden onderling kunnen geen beroep aantekenen tegen elkaars besluiten (zie bijvoorbeeld gemeente Schiedam inzake tracébesluit A4).
- Tegen een gebiedsontwikkelingsplan en het projectuitvoeringsbesluit kan men alleen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Beide besluiten worden al met de uitgebreide voorbereidingsprocedure voorbereid. Dit betekent dat burgers in het voortraject reeds zienswijzen tegen het besluit kunnen indienen.
- Tegen besluiten die krachtens de Crisis- en herstelwet zijn genomen, kan geen pro forma bezwaar of beroep worden ingediend.
BRON: http://www.arpa-advocaten.nl/uploads/arpa_ondernemersadvocaten_crisis_en_herstelwet.pdf
Amsterdam wil sloop subsidiëren
Overeenkomst: Leegstand kantoren aangepakt
Herstel kantorenmarkt blijft uit
FD – DNB: vastgoed wordt derde crisis